Het hart van Turkije: fietspech, gewonde hond en prachtig uitzicht

Konya – Kayseri

Vol goede moed begonnen we op 8 oktober aan de rit van Konya naar Kayseri. Na de steile stukken vol onverharde wegen ging de route nu door het vlakke Cappadocië, over het asfalt. We kwamen nu in het hart van Turkije, de vlakten waar honderden jaren geleden de Turkse en Mongoolse legers overheen daverden. Ook wij gingen we als een speer. Ik vond de vlaktes prachtig en genoot van het uitzicht. Pauzes hielden we bijna niet, omdat er geen enkele boom of struik stond waarachter we konden schuilen voor de zon. We kropen achter de fiets om een beetje schaduw te krijgen.

Vlakte tussen Konya en Sultanhani

In een geweldig tempo trapte ik in no time meer dan honderd kilometer weg, totdat… een doorn in de achterband een kettingreactie van pech inleidde. Die zou nog dagen duren. Met nog maar dertig kilometer te gaan pompte ik de band iedere tien kilometer snel op en fietste als een bezetene naar Sultanhani. Tijdens de laatste pompsessie stopte ineens een auto. De voorbijganger sprong eruit om te helpen de pomp tegen het ventiel te drukken. Heel lief, maar met zoveel kracht en onbehouwenheid dat ik bang was dat het ventiel het niet zou overleven. Nadat ik hem duidelijk had gemaakt dat hij daar echt mee moest ophouden, ging hij er snel vandoor. Vlak voor Sultanhani kwam ik de man weer tegen bij een pompstation. Hij gebaarde me te stoppen zodat hij me kon helpen, maar op dit soort hulp stond ik niet te springen. Toen ik uit mijn ooghoeken zag hoe de man op me af kwam rennen, deed ik alsof ik hem niet in de gaten had en boog me voorover om nog harder verder te fietsen. In het schemerdonker kwamen we met een zachte band aan op de camping in Sultanhani. De dag erna had ik genoeg tijd om die te plakken en de Karavanserai te bezoeken, want we hoefden dan maar 40 kilometer af te leggen.

Pauze in de schaduw van de friets

Maar bij het plakken werd de volgende dag duidelijk dat precies gebeurd was waar ik bang voor was geweest: de hulpvaardige voorbijganger had bij het aandrukken van de pomp het ventiel verbogen. Het was gebroken. Snel haalde ik het wiel eraf om de band te vervangen, waarna we alsnog snel verder zouden kunnen. Toen alles geplakt, vervangen en weer in elkaar gezet was, kwam het achterwiel niet meer in beweging. Wat ik ook probeerde, hij wilde niet. Het werd een bezoekje fietsenmaker. Als een bezetene ging met een collega aan de slag, en probeerde het wiel dwars door de rem eruit te sjorren. Voordat hij de fiets nog verder aan flarden trok, rukte ik hem uit zijn handen en nam hem weer mee. Na wat heen-en-weer mailen en bellen met de fietsverkoper in Nederland werd duidelijk dat dit werk was voor een serieuze fietsenmaker. Met de hulp van de Sufi Trail mensen vonden we er een in Kayseri, een oude klasgenoot van een cursus Chinees bood aan onderdelen uit Nederland mee te nemen en een vriend haalde die snel op uit de winkel in Nederland, voor het geval ik ze in Turkije niet kon krijgen. Ik moest dat weekend alleen nog iets doen waar ik helemaal niet goed in ben: wachten totdat de reparateur in Kayseri op maandag weer openging.

Centrale hal van de Karavanserai in Sultanhani

Ik besloot er het beste van te maken en zette de tent op naast een aardige man, die mij en de fiets na het weekend naar Kayseri zou brengen. Tijd voor relaxen en cultuur. We konden hier niet weg zonder een bezoek aan hét handelscentrum van het Midden Oosten: de Karavanserai. Nu is Sultanhanbi een klein stadje van 10.00 inwoners. Maar wat Rotterdam is voor Nederland, en Shanghai voor China, dat was deze plek 800 jaar geleden: alle Europese, Aziatische, Turkse en Aziatische handelaars op de Zijderoute trokken hier doorheen.

Cultuur doen met hond

De campingeigenaar verzekerde me dat ik ook met hond de Karavanserai in kon. Ik kon het niet geloven, want een hond mag hier niet in huis, en hoogst zelden in de winkel. Maar hij had gelijk. In dit historisch gebouw konden we gewoon binnenlopen, wat in West Europa nooit zou mogen. Uit beleefdheid liet ik haar toch maar even buiten toen ik de centrale hal in liep. Toen ik weer buiten kwam, had Amma het druk: een roedel toeristen stond in de rij om haar te aaien, te bekijken en te fotograferen. ‘s Avonds volgde een barbecue met onze Turkse en de Spaanse buren, die de lockdown spuugzat waren en een bus gekocht hadden. In Lapland hadden ze de lockdown uitgezeten en waren nu met hun twee kinderen van 8 en 11 onderweg naar Iran en Centraal Azië.

De Vagamundo familie

Na het weekend werd bij de fietsenmaker in Kayseri al snel duidelijk dat de schacht van de wielas kapot was. Op Kreta was de fiets twee keer gevallen: een keer doordat ik hem met m’n domme kop op een vlakte niet tegen een boom kon zetten en hem had laten staan. Het waaide toch niet. Helaas was er een storm opgestoken, waarbij de fiets in het midden van de nacht met een klap was omgevallen. De dag erna was hij nog een keer gevallen, toen windkracht 10 de fiets in de bergen de lucht in blies en had neergesmakt. Er waren genoeg tekenen geweest dat iets niet goed was: in Istanbul had het achterwiel oorverdovend gekraakt toen ik naar achteren reed, maar dat ging vanzelf weer over. Daarna schakelde hij vreemd. Twee fietsenmakers in Istanbul en Eskeşehir hadden het probleem niet verholpen. Grote kans dus dat ik 2000 kilometer met een kapot wiel heb gefietst, en dat mijn fiets de echte bikkel is. Niet alleen de fiets was flink beschadigd, ook mijn vertrouwen in Turkse fietsenmakers had inmiddels een flinke deuk opgelopen, vooral na de sloper die in Sultanhani de fiets bijna aan stukken getrokken had.

Met Ali voor de winkel in Kayseri

Met het zweet in de handen gaf ik de fiets daarom af aan de fietsenmaker in Kayseri. Gelukkig zijn er ook goede fietsenmakers in Turkije. Meteen werd duidelijk dat dit geen sloper was: hij keek naar de fiets en kwam al snel tot de conclusie dat de schacht van de wielas gebroken was. Helaas had hij geen nieuwe, en we moesten naar Ankara. Wat ik ook probeerde, hij wilde er niets voor hebben. De poging hem nog iets te kunnen geven door wat reserve onderdelen te kopen, was ook zinloos: ik mocht ze niet afrekenen.

Komt een fiets bij de dokter

Mijn campingbuurman bood aan me naar Ankara te rijden. Samen maakten we er twee leuke dagen van. Van de stad zelf hebben we weinig gezien: we kwamen in het donker aan, bezochten de fietsenmaker, de outdoorwinkel en de dierenwinkel. Daar mocht Amma en zijn hond zich nog even helemaal uitleven, nadat die al twee dagen in de auto hadden doorgebracht.

De beroemde kalkzandsteenrotsen in Cappadocië

Even overwoog ik niet meer terug te gaan naar de plaats waar ik gebleven was en vanaf Ankara direct verder te fietsen naar het Oosten. Ik zou dan vijftig kilometer winnen en Cappadocië missen. Maar dat zou ik mezelf nooit vergeven. Met een gerepareerde fiets reed ik de volgende dag daarom met onze campingbuurman naar Aksaray. De eerste veertig kilometer van Sultanhani naar Aksaray liet ik lekker zitten, want dat was een lelijk stuk met veel industriegebouwen. Bovendien begon de tijd te dringen: ik had inmiddels weer vier dagen verloren, en het werd herfst. Voordat de sneeuw viel, wilde ik over de bergen in Oost Turkije zijn.

Zonsopgang op de camping in Göreme

Nadat de buurman me had afgezet, fietsten we door naar Göreme, in het hart van Cappadocië. Nog net voor het donker zag ik de beroemde kalkzandsteen rotsen en zette tevreden de tent op. Het was hier prachtig, en de volgende dag zou ik hier een flinke wandeling maken met Amma. Helaas gooide een zwerfkat roet in het eten. Al vaker hadden katten geprobeerd Amma’svoer te stelen, die dat nog liet gebeuren ook. Nu leek ze er helemaal klaar mee en stoof woedend op de kat af. Die zette zijn tanden en nagels in haar. Nog geen centimeter onder haar oog zat een sneetje, en ze hinkte. Waarschijnlijk had het monster haar in de spieren van haar voorpoot gebeten. Een wandeling zat er niet in, en ik besloot de volgende dag naar Kayseri te rijden, waar ze naar een goede dierenarts zou kunnen als dat nodig was.

Cappadocië voorbij die toeristenhordes

Zere poot of niet, Amma was weer klaar om verder te reizen. Toen ik de volgende dag stond in te pakken, stond ze jammerend bij de fiets alsof er niks aan de hand was. Door een prachtig landschap reden we Göreme uit, tussen de rotsen met de holen waar mensen tot 1950 nog in gewoond hadden, totdat de overheid hen dwong te verhuizen. Helaas razen er nu andere hordes door Cappadocië, niet per paard maar met de bus of met de auto. Het toeristische circus om de rotsen dijt steeds verder uit, waardoor steeds minder van de rotsen zelf te zien is tussen de luchtballonnen, winkeltjes, quad-expedities en hotels. Maar nadat we Göreme waren uitgereden richting Kayseri, hadden we Cappadocië voor onszelf. We verruilden de kalkrotsen voor golvende dorre vlakten met hier en daar een dorpje in de verte. Voor ons doemde de enorme berg op die steeds dichterbij kwam: de Erciyes die boven Kayseri uittorent.

Uitzicht op Kayseri vanaf 7 hoog

En ineens lieten we de vlakten achter ons. We reden een industriewijk van Kayseri binnen. Daar bezochten we twee geweldige dierenartsen, die heel lief waren voor Amma, Die voerde een enorm theater op toen ze een spuit met antibiotica in haar poot kreeg. Een uur later rende ze over het grasveld van het hotel als een dolblije bejaarde die denkt dat die nog twintig is. Maar net als die bejaarde kwam ze daarna tot de ontdekking dat ze iets te overmoedig was geweest en dat het herstel nog even tijd nodig heeft.

Komt een hond bij de dokter

Kayseri is een stad met geweldige musea, waar ik misschien nog naartoe ga als Amma na het weekend nog niet is opgeknapt. Maar echt mooie gebouwen en een leuk centrum heb ik niet kunnen ontdekken, wel veel onpersoonlijke hoogbouw waar de weinige oude gebouwen achter verdwijnen. Gelukkig maken de mensen die in die hoogbouw wonen heel veel goed, want die zijn heel aardig en spreken goed Engels en Duits. Ik heb af en toe dus ook nog een goed gesprek, en dat is niet verkeerd, want ik zie hier bijna geen buitenlanders meer. Ik merk dat mijn Nederlands achteruit gaat. Gelukkig kan ik nog Nederlands tegen Amma praten, anders was het nog erger geweest.

Waar ligt Mekka? Het hotel heeft een sticker op de kast geplakt om te helpen bij het bidden. De sticker op mijn eerste hotelkamer wijst een andere kant op dan de sticker in de tweede hotelkamer recht ertegenover. Ik heb het nagemeten met het kompas. Beide wijzen teveel naar het Westen.

Als Amma weer beter is, gaan we na het weekend verder, over de Rumi Trail in aanleg, naar Sivas en Erzincan. Ik hoop dat we alle fiets- en gezondheidsleed achter de rug hebben, want de tijd begint te dringen: het begint koud te worden in de bergen van Oost Turkije. Ik merk dat ik daar tegenop zie en moet mezelf weer een schop onder de kont geven om weer verder te gaan.