Tbilisi blues, de bergen in en bestemming onbekend

Sameba kathedraal en brug over de Kura

Winterstop in Tbilisi en in de bergen van Kacheti

Zes weken geleden heb ik voor het laatst iets van me laten horen. Dat was niet de bedoeling. Het was de bedoeling dat we de eerste dagen na aankomst in Tbilisi in een fijn kamertje zouden blijven. Daarna zou ik me met Amma en de fiets voor drie maanden in een fijn appartement nestelen. Daar zou ik mijn boek afschrijven, Amma lekker in een park laten rondrennen en de fiets naar de fietsenmaker brengen. Tussendoor zou ik een museum bezoeken, spullen repareren en met Amma hardlopen om de conditie bij te houden. Maar het liep heel anders. Ik heb nog steeds niet hardgelopen, en de fiets moet nog naar de fietsenmaker. Maar er zijn ook dingen die we wél hebben gedaan.

Deze kleren hebben ook pauze

De uroloog kwam heel rare dingen tegen…

Ik had me al een tijd niet fit gevoeld. De laatste week van onze fietstocht moest ik ieder uur van de fiets springen om mijn blaas te legen. Tijd voor een bezoek aan de dokter dus, maar … Ik ben in het bezit van ongebruikelijk urineergereedschap voor iemand met een M in zijn paspoort. In een land dat niet als LHBTIQ vriendelijk bekend staat is dat een uitdaging. Gelukkig kreeg ik de hulp van een sociaal werker uit de transgemeenschap in Tbilisi. Die maakte een afspraak bij een open minded uroloog. Na het horen van het verhaal over de reis en het boek, was zijn eerste advies er een film van te laten maken. Om me nog meer goed advies te kunnen geven, stuurde hij me eerst voor een echo naar de radiolaborant.

Die zag ineens op haar scherm allemaal dingen verschijnen die ze niet thuis kon brengen: een baarmoeder, eileiders, eierstokken… Boven het mondkapje zag ik twee wenkbrauwen steeds verder wegzakken in een hele diepe frons, totdat ze maar één wenkbrauw overhield. De sociaal werker legde haar uit dat de persoon op haar onderzoekstafel in een vrouwelijk lichaam geboren was. De wenkbrauwen van de laborante ontspanden zich weer: ‘Ah, het is een vrouw.’ ‘Dat ben ik niet,’ zei ik toen ik het verhaal later hoorde. Ondertussen hoorden we achter de deur van de onderzoekskamer een kreet van ontzetting. Waarschijnlijk was de radiolaborante een collega aan het vertellen waarom ze zojuist een rolberoerte had gekregen. ‘Onvoorstelbaar dat dit nog steeds niet bij de opleiding hoort,’ zei de sociaal werker vinnig.

Amma wordt langzaam blind

Halfblinde hond

Daarna werd het tijd Amma’s medische sores op te lossen bij de dierenarts, want die liep steeds tegen deuren en paaltjes aan. Maar dit probleem bleek niet oplosbaar: de oude dame had staar en werd langzaam blind. Gelukkig kan een hond zich er goed mee redden met wat kleine aanpassingen. Daarom loop ik nu als de Kerstmandoor Tbilisi met een bel om mijn schoen, zodat Amma hoort waar ik ben. ‘s Avonds doe ik een hoofdlamp op zodat ze alles beter ziet, en ik vertel haar in het donker waar ze de stoeprand op of af moet en wanneer ze over een gat in de weg moet springen. Voor mij voelt het niet als een handicap of hindernis, maar als een nieuwe fase in de manier waarop we met elkaar samenwerken.

Verschrikkelijke zoektocht naar een fijne plek

Schrijven terwijl de stroom is uitgevallen

Daarna begon de zoektocht naar een fijne woonruimte. Pas na tien appartementen en kamers had ik eindelijk een plek waar ik me prettig voelde: er waren kamers die niet doorgingen vanwege Covid-19 of demonstraties, kamers met bemoeizuchtige eigenaren, een vrouwelijke makelaar die handtastelijk werd naar mij en de Georgische jongen die me hielp zoeken, vieze appartementen, en een appartement met een kapotte wc. Tenslotte kwam ik uit bij een eigenaar die een woning aan het opknappen was. Het zag er veelbelovend uit, maar ik eindigde in een appartement waarin ik de helft van de week koud moest douchen en op een slaapbank sliep vol gaten van sigarettenpeuken. Het huis ontvluchten voor een fijne wandeling met Amma was geen optie, want de buurt was super depressing, vol half ingestorte gebouwen. In twee weken heb ik meer naalden op straat zien liggen dan in alle twintig jaar dat ik in Amsterdam woonde. Toen de WC verstopt was en de hond van de buren het appartement indrong om Amma aan te vallen, was ik er klaar mee. Ik voelde me een gevangene in mijn eigen huis en ging meteen op zoek naar iets anders. Ik zou het mezelf nooit vergeven als er iets met Amma gebeurde doordat ik er te makkelijk over gedacht had.

Bewusteloze man op straat

Het enige stukje groen voor Amma in de wijk

Tijdens al die appartementsbezoeken op de fiets zag ik heel Tbilisi: de winkelstraten, het gekkenhuis van het verkeer, het oude centrum, de buitenwijken, de theaters, de parken en pleinen met kunst, en de straten met knusse restaurants. Maar ook de mindere kanten: de zwervers, alcoholisten en bedelende oude vrouwen.

Op een van de zoektochten vond ik een bewusteloze man op straat. Iedereen liep er voorbij, en ik hem niet laten liggen. Het leek een epileptische aanval: de man was blauw, had bijna geen hartslag en stuiptrekkingen. Snel pakte ik de stalen fietslamp uit mijn tas en stopte die in zijn mond, zodat hij zijn tong niet zou afbijten. Ineens deed hij zijn ogen open, maar hij kon niet praten. Gelukkig liep een Georgische vrouw voorbij die ik in het Engels kon vertellen wat er aan de hand was. Die belde de politie en ambulance.

Georgisch parlement

Die ambulance arriveerde na twintig minuten. Ik wist ik niet wat ik zag. De twee ambulanciers keken een halve minuut naar de man. Ze pakten zijn pet van zijn hoofd, stopten er vijftig cent in en vertrokken. Woedend en gefrustreerd schreeuwde de Georgische vrouw naar me: ‘This makes me so angry about this country!’ Ik was verbijsterd. Het was donker en ze lieten die man gewoon op straat achter. Tegen de vrouw hadden ze gezegd dat het gewoon een alcoholist was. Hij rook niet eens naar alcohol, en dan nog… Ik voelde me machteloos. Ik wist niet wat ik moest doen, maar kon de man niet zomaar achterlaten. Gelukkig begon hij al snel weer te praten, en de politie ontfermde zich over hem.

Ik reed de wijk uit met tranen in mijn ogen, terwijl ik heel hard ‘Yes! Yes! Yes!’ riep

Na een week zoeken vond ik een fijne kamer, maar daar kon ik pas na twee weken in. Als ik ondertussen niet heel snel uit mijn vreselijke hok zou vertrekken, vreesde ik ten onder te gaan aan een acute depressie of zenuwinzinking, of dat Amma zou worden opgegeten door de buurhond.

Oud en nieuw bij de Vagamundo familie

Ik kreeg een uitnodiging van de Vagamundo familie, de Spaanse familie die in hun camper door de wereld trekt met hun twee kinderen Jara en Oliver. Na de ontmoeting in Sultanhani in Turkije hadden we contact gehouden. In Tbilisi had ik ze weer opgezocht. Nadat ik ze vertelde over het vreselijke appartement, stond er ineens stond er een bericht op mijn telefoon: ‘Kom maar een paar dagen hier. Ik zette de spullen op de fiets en reed met Amma achterop de vreselijke wijk uit. Terwijl de tranen in mijn ogen stonden, riep ik heel hard ‘Yes! Yes! Yes!’ De fiets hebben we bij de sociaal werker in Tbilisi langsgebracht en zijn op de bus naar het dorp Lagodekhi gestapt, aan de voet van de Kaukasus op de grens met Rusland en Azerbeidzjan. Na drie dagen heel veel schrijven op een hotelkamer en wandelen met Amma zijn we naar onze Spaanse vrienden gegaan, in het dorpje Khizabavra tien kilometer verderop.

Ninoshkevi waterval 5 kilometer van Rusland. Foto: Javier Marven

Het plan was maar twee dagen bij de Vagamundo familie te blijven. Die twee dagen werden twee heel bijzondere weken met vier heel bijzondere mensen. We hebben heerlijk gewandeld, gekletst, vuur gestookt, en op de Spaanse manier nieuwjaar gevierd. Mijn wijsvinger liet ik op oudejaarsdag bijna achter in 2021, nadat er een bijl in ging. Mijn nurkse ouwe teef en hun nog oudere nurkse teef vochten elkaar eerst de tent uit, maar zijn tenslotte vriendinnen geworden.

Twee vriendinnen

Begin januari keerden we weer terug naar Tbilisi. Daar zit ik eindelijk in een fijne kamer, met een bad voor mij en een lekker park voor Amma om de hoek. Misschien kun je het aan de foto’s van mijn haar zien: we hebben inmiddels ook weer een reünie gehad met de Russische kapster uit Batoemi, die in de tussentijd getrouwd bleek met een Hongaar.

Zonsondergang Lagodekhi

Verder reizen

In de bergen kwam ik erachter dat niet alleen de naargeestige appartementen hadden bijgedragen tot de Tbilisiblues. Hoewel het een leuke stad is, kon ik er mijn draai er niet vinden. Meteen toen ik de bergen zag en de buitenlucht opsnoof, wist ik waarom: ik had het fietsen en het buiten zijn gemist. Drieëneenhalve maand overwinteren bleek te lang.

Tijdens het fietsen kwam ik genoeg mensen tegen. Toen was het juist fijn geweest om soms enkele dagen binnen te zitten, het blog bij te werken en bijna niemand te spreken. Maar de afgelopen tijd zat ik veel binnen te schrijven, waardoor ik weinig mensen zag. Ik miste de buitenlucht. Daarom besloot ik om in Tbilisi zo snel mogelijk de dingen te regelen die ik nog moest regelen, en misschien al een maand eerder weer te beginnen met fietsen.

Bergen bij Lagodekhi

Alleen… waarheen dan? Het plan was om naar Azerbeidzjan te fietsen. Van daaruit zouden we de Kaspische Zee oversteken naar Kazachstan, en verder reizen naar Oezbekistan. Maar de grens met Azerbeidzjan gaat op z’n vroegst in maart open. Kazachstan balanceert op de rand van een burgeroorlog. Dat betekent nog minstens twee maanden afwachten, en dat wil ik niet. Waarschijnlijk gaan we daarom niet naar Centraal Azië. We kunnen naar Armenië en Iran, waarvan de grens sinds enkele dagen weer open is. Of we fietsen weer terug naar Nederland, via alle plekken die ik op de heenreis heb moeten laten liggen: de Zuid-Turkse kust, Roemenië, Servië, Macedonië, de Albanese bergen, Sarajevo, Oostenrijk… De komende weken neem ik de tijd om te bedenken wat ik wil en wat goed voelt.

Uitzicht over Tbilisi

Lekker cruisen in da city

Behalve goed studeren op de reisroute en spullen repareren ga ik eindelijk doen wat er al veel te lang bij in is geschoten: lekker cruisen door Tbilisi, alle musea en het oude centrum, want dat wordt na anderhalve maand hoog tijd.