We zijn onderweg!

Terug in Tsoutsouros

We zijn onderweg, en de eerste fietsdag zit erop! Op 3 augustus zijn we weer aangekomen op de plek waar we vorig jaar geëindigd zijn in Tsóutsouros op Kreta.

We hebben nog een kleine verkeersopstopping in Mannheim veroorzaakt, toen bij Amma en Bismarck een kijkersfile ontstond.

Op mijn vijftigste verjaardag op 26 juli heb ik de deur van mijn huis achter me dichtgetrokken. Toen pas besefte ik dat het definitief was: de woning was verhuurd, dus ik kon niet meer terug. Het voelde heel vreemd geen vast huis meer te hebben. Op 27 juli zijn we met de trein vanuit Arnhem vertrokken, uitgezwaaid door Jip.

Reünie met Franziska, bij wie ik zes jaar geleden met de bakfiets in Bern op bezoek zou gaan

Van daaruit zijn we naar Bern gereisd. Daar hebben we een heel bijzondere reünie met mijn schoolvriendin Franziska gehad. Die is een van de belangrijkste oorzaken geweest van deze lange fietsreis. In 2015 had ik namelijk het besluit genomen op de bakfiets bij haar in Bern langs te gaan, maar pas toen we onderweg waren, hoorde ik in Frankrijk dat ze niet thuis was. Daarom ben ik toen maar doorgereden naar Verona, en in de jaren erna nog veel verder. Het was heel speciaal juist nu in de aanloop naar het laatste deel naar Istanbul weer bij haar langs te gaan, in mijn nieuwe lichaam met een nieuwe naam.

Op de boot naar Ancona

Na een dagje verjaardagsvisite bij haar zoon zijn we naar Ancona gegaan, waar we op de boot naar Patras in Griekenland zijn gestapt. Van daaruit moesten we de eerste zestig kilometer naar Athene fietsen omdat de trein niet reed en Amma niet in de bus mocht. Gelukkig mochten we allebei wel in de trein naar Athene: Amma met muilkorf, ik met een mondkapje. In Piraeus heb ik alle verkeersregels overtreden om nog op tijd de boot naar Kreta te halen, en het zou me niets verbazen als ze me daar nu als de fietsende aso kennen. Drie minuten voordat de klep omhoog ging, zijn we zo hard de boot op gereden dat we nooit meer gecontroleerd zijn op tickets of vaccinatiebewijzen. Vanaf de haven in Iraklion zijn we de volgende dag Kreta overgestoken en naar Tsóutsouros gefietst.

Amma ook met mondkapje in de trein

Het bleek een flinke uitdaging om milieu- en hondvriendelijk naar de andere kant van Europa te reizen. In West Europa mag je met de fiets bijna geen enkele trein in, en in Zuid Europa mag je met de hond bijna geen enkele bus in. Bovendien moesten we in slalom rond alle natuurrampen van Europa: eerst de naweeën van de overstromingen in West Duitsland, daarna de overstromingen en aardverschuivingen in Noord Italië, en tenslotte de Griekse bosbranden bij Patras. Op de fiets zijn we door de nog nasmeulende branden gereden. Het leek een oorlogsgebied, waar helikopters en blusvliegtuigen af en aan vlogen. Het was een verschrikkelijk gezicht om de verbrande huizen en olijfgaarden te zien. Hier was de camping waar ik de middag ervoor heen had gewild. De camping honderd meter verder op was in vlammen opgegaan. We zagen een verkoolde olijfgaard met een boom die was omgezaagd. De zaagsnede was nog gaaf zonder zwarte vlekken. Waarschijnlijk had iemand hem in pure wanhoop omgezaagd om te voorkomen dat de brand verder zou overslaan. In het hele dorp was geen stroom. Het café in het dorp verderop zat vol mensen, maar het was stil. Niemand zei een woord, iedereen leek lamgeslagen. Ineens was het nieuws in de huiskamer heel dichtbij. Terwijl ik verder reed, vroeg ik me af hoe we het met ons allen zover hebben kunnen laten komen.

De ochtend na de bosbrand bij Patras

Na veertien treinen, twee bootreizen en twee fietsdagen kwamen we aan in Tsóutsouros. Het was heel bijzonder de eigenaar weer terug te zien van het hotel waar we vorig jaar geëindigd waren. Ik had hem vorig jaar beloofd in de winter terug te keren, maar door de lockdown duurde dat een half jaar langer. Hij had er helemaal niet meer op gerekend, totdat hij die ochtend een bericht kreeg dat we toch nog kwamen.

Van daaruit zijn we op 4 augustus vertrokken. Het was meteen goed raak. De dag ervoor had Amma haar poten op het hete asfalt verbrand toen ze op de steile beklimming naar Tsóutsouros naast de fiets moest lopen. Ik was vergeten haar schoenen aan te trekken. Voor die stommiteit ben ik goed gestraft: normaal laat ik Amma op de steile stukken lopen. Nu kon dat niet, en daardoor was de fiets zo zwaar dat ik op de moeilijke stukken moest afstappen. Lopend moest ik die de berg op duwen. Eenmaal bovenaan de heuvel zijn we verder gereden langs Europa’s grootste bananenplantages en de oude hippies die vroeger in de grotten van Matala woonden, 100 kilometer naar het westen. Als je er meer over wilt weten, in het boek staat er meer over. Af en toe zag ik tussen de kassen met bomen een oude hippie zitten. Maar de plantages dreigden een enorm watertekort en andere ecologische rampen te veroorzaken, en veel ervan zijn haastig opgedoekt.

De Nederlanders halen ook een paar bananen op uit Kreta

Net toen het heftigste deel van de tocht achter de rug leek, kwamen we op de laatste 30 kilometer in een verschrikkelijke storm terecht die ons regelmatig bijna de weg af blies. Helemaal total loss zijn we in het donker aangekomen in Ierapetra. Daar gaan we nu drie dagen lang bijkomen van de reis, wachten totdat de wind gaat liggen en de ergste hitte voorbij is, lekker zwemmen, en Ammas pootjes laten genezen.